Middelburg Dronk

Het Nederlandsche Koffiehuis

 

Het Nederlandsche Koffiehuis

Seisdam 22
Middelburg

 

Een koffiehuis dat tussen 1827 en 1829 was gelegen aan de Seisdam Q 23 (later vernummerd tot 22) te Middelburg. Het historische pand bestaat nog steeds en heeft thans een woonfunctie (foto rechtsboven d.d. 2011). In WO 2 was het pand tijdelijk een Duits Bordeel, zie De Gouden Mortier.

Geschiedenis

1825
A. Geljon

Per december 1825 is Geljon verhuisd; zijn koffiehuis is nu genaamd het Nederlandsche Koffijhuis en gevestigd aan de Seisdam.10 Hier zal hij voor langere tijd gevestigd blijven en steeds adverteert hij in de Middelburgsche Courant voor de diverse bals die georganiseerd worden. Nog op Tweede Kerstdag 1838 en Nieuwjaarsdag 1839 opent hij zijn zaak voor een bal waarbij de zaal ‘brilliant verlicht’ zal zijn en men zich ‘van alle verversching’ kan laten bedienen; terwijl er een orkest speelt onder leiding van de muziekmeester Mauritz. Ook later zal hij nog regelmatig de heren Stips en Mauritz met hun familie uitnodigen, zij waren bekende rondtrekkende muzikanten. Geljon is ook hier niet (zie ook Het Gulden Vlies) de eigenaar van het pand, hij huurt het van de familie Gaal. Eind maart 1828 wordt het pand door hen verkocht aan Jacob Hendrik Slicher. Mogelijk onderhield Geljon geen goede relatie met zijn nieuwe huisbaas, maar het is evengoed mogelijk dat Slicher reeds bij de aankoop andere plannen had met het pand – als Geljon het pand verlaat betrekt Slicher het namelijk met zijn (jonge) gezin.

Foto's


Naamgeving

  • Het pand aan Seisdam 22 heet de Gouden Mortier. In de Tweede Wereldoorlog (februari 1944) werd dat pand gevorderd van de familie Bloemers, en door de Duitsers in gebruik genomen als bordeel voor soldaten. Zie ook De Gouden Mortier

Bijzonderheden

Abraham Geljon Junior (1792-1855)

Abraham Geljon junior, soms Galjon genoemd, wordt geboren in Middelburg, maar zijn vader vertrekt een paar jaar later naar Vlissingen. Een mogelijke reden voor het vertrek kan zijn dat Geljon senior publiek werd beschuldigd van laster over gebeurtenissen uit de roerige tijden van plundering en politieke twisten in 1787. Wat er in die eerste jaren wordt gedaan is onbekend, maar in de jaren 1820 is zijn vader bekend als de eigenaar van de Vlissingse koffiehuizen het Gulden Vlies aan de Grote Markt en de Stad Londen aan de Engelse Kaai. Abraham Geljon junior begint, volgens zijn huwelijksakte, zijn werkzame leven als bakker, maar zal dit vak al snel achter zich hebben gelaten. Na 1814 wordt hij te Vlissingen genoemd als herbergier, hoogstwaarschijnlijk in Het Gulden Vlies.

De 8 kinderen van Geljon

Abraham Geljon en Adriana Elisabeth Goeree kregen samen acht kinderen, waarvan er slechts één de volwassen leeftijd bereikte; dit is de eerder genoemde Johanna Adriana Elisabeth Geljon die enige tijd het koffiehuis de Harmonie uitbaatte. Er is niet bekend wat zij sinds 1845 heeft gedaan. Het laatst bekende feit over haar leven is dat zij als ongehuwde vrouw in de zomer van 1860 werd opgenomen in het Gasthuis wegens ‘epileptische toevallen’, zij werd daar de laatste vier jaar van haar leven verpleegd voor rekening van het Burgerlijk Armbestuur. Zij overleed in het Gasthuis op 44-jarige leeftijd en was de laatste van haar familie.

Mooie verhalen

De teloorgang van Geljon

Door een gebrek aan bronnenmateriaal in Middelburg is het niet mogelijk een compleet beeld te schetsen van de laatste jaren van Geljon. Het lijkt echter zeer duidelijk minder te zijn gegaan met Geljon - mogelijk door aanhoudende geldzorgen, drankzucht of wat ook - vooral het huwelijk met zijn vrouw Adriana Elisabeth Goeree heeft hieronder geleden. Op één avond in April 1845 loopt het zelfs dusdanig uit de hand dat zij hem aangeeft bij de politie.

In het proces-verbaal dat wordt opgemaakt tijdens een zitting voor de Arrondissementsrechtbank valt de verklaring te lezen die Adriana Elisabeth Goeree geeft ten overstaan van de drie rechters, de officier van justitie en de griffier. Het gaat om een aantal ontluisterende feiten; zoals dat zij gedurende de laatste winter vele mishandelingen van haar man heeft moeten doorstaan. En zo ook nu, op de avond van 21 April tussen 10 en 11 uur. Geljon heeft haar getrapt en geslagen en haar met het deksel van een pan op het hoofd heeft geslagen. Ook sloeg hij hun dochter Johanna Adriana Elisabeth Geljon en daarna gooide hij hen beide op straat. Zijzelf werd met geweld de deur uitgezet en al doende met haar arm door een glasruit geduwd – hierdoor raakte zij gewond aan de arm. Ze benadrukt na dit alles dat haar echtgenoot niet beschonken was. De dochter, wel opgeroepen om te komen getuigen, kan niet verschijnen wegens ziekte. Er zijn echter nog twee heren die welwillend zijn een verklaring af te leggen. Het gaat om de dagloner Jacques den Dekker en zijn maat de schilders-knecht Hubertus Steffers, twee Middelburgers die wat bijverdienen als nachtwakers. Zij liepen die bewuste avond over de ‘Vlissingsche Brug’ toen zij geschreeuw hoorden; aangekomen bij de woning aan de Schouwvegerssingel vinden zij de vrouw des huizes met haar dochter huilend op straat. De nachtwakers manen Geljon om zijn vrouw weer tot de echtelijke woning toe te laten, maar hij weigert dit en gaat zelfs zover in zijn woede dat hij al ‘vloekend en tierend’ zijn vrouw nog een schop in de zij geeft. Den Dekker verklaart ‘dat die schop met geweld vergezeld ging, zoodat zij achteruit deinsde’. Geljon slaat de deur weer dicht; de beide mannen ontfermen zich over de gewonde vrouw en haar dochter en brengen hen naar het politiebureau.

Ook deze heren verklaren aan de rechters dat de vrouw direct kenbaar maakte dat haar man niet beschonken was. Dit moet een bewuste keuze zijn geweest om zijn slecht karakter en de mishandelingen jegens haar aan de kaak te stellen. Geljon zelf laat verstek gaan. De officier van justitie verzoekt de rechtbank echter de zaak voort te zetten – wat ook gebeurt. Het vonnis volgt nog dezelfde dag. ‘In Naam en van Wege den Koning’ wordt de tenlastelegging beschreven als: ‘(…) dat de beklaagde, Abraham Geljon, in den avond van den eenentwintigsten April 1800 vijfenveertig, zijne vrouw en zijne dogter, zoo binnen als buiten zijne woning op eene moedwillige wijze door het toebrengen van slagen, stooten en schoppen te hebben mishandeld.’ De kwalificatie luidt dan ook moedwillige mishandeling, het vonnis wordt bepaald in een gevangenisstraf van zes maanden en een additionele geldboete van acht gulden.

Een goede twee weken later betekent een deurwaarder het vonnis aan huis; deze treft Abraham Geljon niet thuis, maar wel diens echtgenote Adriana Elisabeth Goeree. Uit de aantekening van de deurwaarder blijkt eveneens dat het echtpaar Geljon woonde aan de Schouwvegerssingel, maar nu met de nadere aanduiding wijk Q no. 70, een pand op de hoek van de Pottenbakkerssingel. Dit gegeven, tezamen met nader gevonden gegevens over dit adres, is afdoende bewijs om dit met zekerheid tot het adres van het koffiehuis de Harmonie (later het Nederlandsch Welvaren) te benoemen, zoals eerder al werd gesteld.

De formele afloop van deze gebeurtenis is dat Geljon zich vrijwillig meldt bij de Strafgevangenis van Middelburg om daar van 12 Juni tot en met 11 December 1845 zijn straf van een half jaar uit te zitten. Hierdoor komt hij ook voor in de centrale signalementen-administratie waardoor we een beeld krijgen van Geljon’s uiterlijk als 53-jarige man: Lengte: 1 el, 7 palm, 1 duim (circa 1,45m), zijn voorhoofd en kin zijn breed, het aangezicht vol, zijn ogen bruin, de neus stomp en mond gewoon. Zijn kleur is gezond, zijn haar (ook wenkbrauwen en baard) zijn zwart maar al doorstralend grijs. Als bijzonder kenmerk wordt vermeld dat hij ‘kaal op het hoofd is’ – vermoedelijk wordt hiermee een kale kruin bedoeld.

Externe links

Bronnen

  • Onderzoeksdocument: “De vijf Middelburgse koffiehuizen van Geljon” File: Documentatie Middelburgse Middenstand J.-M.A.T.F. H. van Haart – I – 181014 – 7p.
  • Foto: Rob van Hese
  • Krantenknipsels: Delpher